6 juli 2025. Vandaag reed ik het volledige rechterdeel van het Comomeer omhoog richting Bormio. Veel valt er niet te romantiseren aan deze rit: het grootste deel ging door tunnels, de ene na de andere. Eerlijk? Niet de mooiste kilometers van de reis, maar wel snel tot de volgende mooie bestemming.
Wanneer ik eindelijk weer buiten kwam, zag ik dat het weer helemaal omsloeg. De lucht werd grijs, de bergen trokken dicht, maar ik bereikte Bormio nog net voor de regen écht begon. Dat was mijn enige doel van de dag. De rest zou ik later wel zien.
Eerste indruk van Bormio: hout, stilte en uitzicht
Mijn hotel bleek een schot in de roos: volledig in hout, knus en warm zonder kitsch. Een klein terras, een zithoekje en (voor even) uitzicht op de Stelvio. Want na vijftien minuten schoof een dikke grijze wolk over de berg. Alsof hij even ‘Hallo’ zei en zich daarna weer verstopt had.

Een eigen verlichte box
Kleine gelukjes maken een reis vaak net zo goed als de grote hoogtepunten. Voor mij is het enorm belangrijk dat mijn motor op vakantie achter slot en grendel staat, het liefst in een afgesloten parking van het hotel zelf. Hier kreeg ik zelfs een luxebehandeling: een volledige, hypermoderne box, nog nooit zoiets gezien, waar mijn motor helemaal beschermd stond tegen het weer.
Waarom Bormio een perfecte basis is voor bergpassen
Bormio is niet voor niets een populaire uitvalsbasis voor motorrijders. Vanuit het stadje rij je vrijwel rechtstreeks de bergen in, met drie spectaculaire bergpassen binnen ongeveer 45 minuten rijden.
Iconisch en technisch. Vanuit Bormio klim je in 21 kilometer via 40 genummerde bochten naar de top op 2.758 meter. Aan de andere zijde wachten de beroemde 48 haarspeldbochten richting Prato. Mijn hotel in Bormio lag zo goed als aan de voet van de Stelvio: niet de kant met de iconische foto's, maar wel het stuk dat ik het liefst reed.
Vergeleken met dorpjes hoger in de bergen vind je in Bormio bovendien goede restaurants, thermale baden, hotels met privéparking, tankstations en genoeg winkels voor snacks, water of last-minute gear. Wil je de Stelvio rijden zonder stress? Dan is Bormio een rustige, veilige en slimme keuze.
Beste moment om de passen vanuit Bormio te rijden
Timing maakt hier echt het verschil. Vanuit Bormio kan je de Stelvio, Gavia en Umbrail perfect rijden zonder stress, als je vroeg vertrekt.
- Overweeg 2 nachten in Bormio voor flexibiliteit bij slecht weer.
- Plan maar één zware pas per dag als hoofdattractie.
- Check elke ochtend de status van de passen op alpen-paesse.ch.
- Tank altijd voor je de bergen in rijdt: op de passen zelf vind je niets.
Een avondwandeling door het oude centrum
Later op de dag trok ik het oude centrum in. Bormio heeft dat typische Alpendorp-gevoel: houten gevels, stenen straatjes en overal restaurants waar je de geur van kaas en boter al op 100 meter ruikt. Mijn eerste stop: een populaire herberg, zat stampvol. Mensen wachtten in de kelder op een vrije tafel. Gezellig, maar ik had er geen geduld voor.
Gnocchi, lokale kaas & een glaasje Braulio
Ik belandde uiteindelijk in een kleiner hotelrestaurant waar ik heerlijk werd verwend. Franciacorta, gnocchi (mijn absolute lievelings), een lokaal kaasschoteltje en als afsluiter: Braulio, een bittere Alpenlikeur uit Bormio zelf. Ik kreeg hem als sorbet: best een bittere smaak, niet helemaal mijn smaak (echte zoetebek ik), maar absoluut iets wat je eens geprobeerd moet hebben.



Stelvio? Misschien morgen…
De Stelvio stond eigenlijk voor de volgende ochtend gepland. Maar met het weer dat volledig dichttrok, voelde het niet slim aan. Dus besloot ik: Ik wacht. Ik schuif mijn planning op als dat nodig is.
Misschien is dat wel het mooiste aan solo reizen: je kunt alles aanpassen wanneer je dat nodig hebt.
En Bormio is een plek waar dat niet erg voelt. Rustig, warm, omringd door bergen die even onzichtbaar bleven, net zoals mijn plannen.



